De deinonychusjacht Het is 105 miljoen jaar geleden, in het gebied dat nu de Verenigde Staten heet. Het is het begin van de droge periode. Een kudde Tenotosauria graast naar de varens die er staan. Ze hebben niet door dat ze bekeken worden. Drie Deinonychia verbergen zich achter een struik. Ze houden de kudde goed in de gaten. De Tenotosauria hebben echter niets door. De Deinonychia focussen op een jongvolwassen Tenotosaurus. Dit zou een makkelijkere prooi kunnen zijn, als hij niet in het midden van de kudde stond. Plotseling horen ze de struiken achter hun ritselen. Een Coelurosaurus komt tevoorschijn. De Deinonychia blijven stilstaan, want als de Tenotosauria hen zouden horen, zouden ze weg kunnen vluchten. Ze bleven dus stil. Doodstil. Als de avond valt is de jacht geopend. De eerste Deinonychus sluipt naar een andere struik aan de oostkant van de kudde. De tweede sluipt naar een struik ten zuidwesten van de kudde. De laatste blijft aan de noordkant. De Tenotosauria hebben nog steeds niets door. De tweede Deinonychus stapt op een takje. Dat hoort de kudde en zet ze op alert. Het is nu, of nooit.... Vanuit een bliksemsnelle reactie valt de eerste aan. De kudde raakt in paniek en ze rennen naar het zuidwesten, waar de tweede opduikt. Een paar Tenotosaurussen weten te ontsnappen, maar de anderen zien maar een uitweg, het noorden, waar de laatste opduikt. Nog een paar dieren kunnen ontsnappen. Er zijn nu drie dieren over, maar het dier waar ze naar zaten te kijken staat er niet bij. Dit zijn drie volwassen, gezonde dieren. Omdat de Tenotosaurusen twee keer zo groot zijn, kunnen ze ze met zijn drieën nooit tegen ze op. Maar honger drijft ze tot gevaarlijke besluiten. De eerste springt op één van de ruggen. De klauwen maken diepe wonden, maar de Tenotosaurus werpt hem snel van zijn rug. Meteen vallen de andere twee hetzelfde dier aan. De andere twee Tenotosauria vluchten en kunnen ontsnappen. Maar bij het andere dier is er een hevig gevecht. Al snel springt de eerste Deinonichus weer op de rug, terwijl de Tenotosaurus de tweede van zijn rug afgooit. De Deinonychus viel op de grond, kreeg een klap van de Tenotosaurus' staart en ligt knock out. De anderen proberen met alle macht de keel van de Tenotosaurus open te rijten. Uiteindelijk lukt dat ze met hun enorme klauwen. Als de ochtend arriveert, ligt daar het aangevreten lijk van de Tenotosaurus. De andere Deinonychus is weer bijgekomen. Hij moet snel zijn maal verzwelgen, want hij weet dat het kadaver snel aaseters aantrekt. Verschillende Coelurosauria zijn al gekomen en gegaan, maar snel zullen er grotere roofdieren komen. De Deinonychus is nog niet uitgegeten of hij hoort zware voetstappen. Een Acrocanthosaurus. Hij is nog niet helemaal volgroeid, maar al zeker bijna drie keer zo groot als een Deinonychus. De andere Deinonychia verdedigen het kadaver ook. Ze omcirkelen hun tegenstander. Dan springt de Deinonychus die aan het eten was op de flank van de Acrocanthosaurus. Hij blijft hangen en maakt verwondingen met zijn klauwen. Dat is het teken voor de anderen. Als ze niet nu springen krijgen ze misschien geen kans meer om met volle kracht aan te vallen. De Acrocanthosaurus schud ze van zich af en rent dan weg met diepe verwondingen. Zo zie je maar weer dat de kleinere dieren niet altijd de zwakkere dieren zijn. Deinonychus was het meest dodelijke dier van zijn territorium. De ergste nachtmerrie, voor alle planteneters. |