Het meer 150 miljoen jaar geleden, in wat vandaag de dag China is, leefde een variatie aan Dinosauriërs. De kleine dieren leefden in het bos, de grotere dieren op de vlakten. Een groepje Agilisauria komt naar een meer voor hun ochtend-drinken. Een kudde kleine Agilisauria komt het bos uitgelopen onderweg naar het meer. Ze hebben elke dag water nodig, en ze komen hiervoor naar het meer. Maar ze moeten hiervoor wel het bos verlaten, wat gevaarlijk is. De kleine dieren leven in het woud omdat het te dicht is voor grote roofdieren. In het bos zijn ze dus veel veiliger. De groep telt 17 dieren, waaronder 5 mannetjes en 12 vrouwtjes. Een koppeltje is het alfa-koppel, de leiders van de groep. Zij lopen in het midden van de groep zodat ze de minste kans hebben om opgegeten te worden tijdens een aanval. De groep is nerveus. Ze weten dat hier een roofdier kan loeren. Dus letten ze extra goed op. Ze hebben een goed gehoor en een goed zicht. Als ze merken dat er een roofdier komt, alarmeren ze elkaar en rennen keihard weg. Eindelijk bereiken ze het meer en beginnen ze te drinken. Wachtposten lossen elkaar af; iedereen moet gedronken hebben. Opeens springt er een Guanlong uit de bosjes. Ze rent op de groep af die keihard probeert weg te rennen. Het roofdier heeft echter succes en weet een jongvolwassen vrouwtje te grijpen. Ze gaat nu terug naar het bos om haar in alle rust te verslinden. De Guanlong had de Agilisauria gevolgd en had gewacht tot het juiste moment. De Agilisauria hadden echter niets van hun meelifter gemerkt. Nu zijn er dus nog maar 16 Agilisauria. Sinraptor op jacht Een dag later verschijnt een Sinraptor aan het meer, op zoek naar iets eetbaars. Hij is echter alleen, zonder familie, want zijn familie is gedood door een troep Yanchuanosauria. Deze jacht is zijn eerste jacht alleen. De zes jaar oude Sinraptor verschijnt aan de bosrand, precies op de plek waar de Agilisauria langstrekken naar het meer. Het is echter nog te vroeg, maar de Sinraptor kan zien dat ze hier geweest zijn. Op een gegeven moment zouden ze terug moeten komen van het meer en dan kan de Sinraptor toeslaan. Hij verstopt zich in de struiken. Nog geen vijf minuten later verschijnen de Agilisauria. Met zijn zestienen hopen ze dat er geen aanval plaatsvindt. Als ze dichter bij de Sinraptor komen, slaat hij toe. Te vroeg. Ze kwamen allemaal nog weg, hoeveel hij ook rende. Hij moest het opgeven; dit was nu onmogelijk. De Sinraptor kalmeert en komt naar het meer om wat te drinken. Maar dan ziet hij een kans die hij niet kan laten liggen; een dode Euhelopus ligt waar hij gevallen is, aan de andere kant van het meer. Hij loopt er op af. Hij kan de verleiding niet weerstaan en komt dichterbij. Hij begint te eten. Nog geen minuut later hoort de Sinraptor keihard gebrul. Drie Yanchuanosauria komen op hun karkas af; zij hadden het immers zelf gedood. Als ze dichterbij komen denkt de Sinraptor maar één ding: maak dat je weg komt! Hij rent snel weg naar de bosrand. Misschien heeft hij daar meer geluk. Uitgeput van het rennen moet hij even gaan liggen. Maar dan merkt hij dat hij hier niet de enige is; twee Protarchaeopteryx vechten om een vrouwtje. Ze bijten en trappen elkaar en laten zien hoe groot ze zijn. Ze zijn te druk bezig met elkaar om te zien dat de Sinraptor daar op de grond ligt. Uiteindelijk is er een winnaar en die jaagt de verliezer weg, toevallig in de richting van de Sinraptor. Op een meter afstand ziet de Protarchaeopteryx hoe de enorme muil hem pakt. De Sinraptor staat op en loopt weg, naar een betere plek om te eten. De Mamenchisauria komen weer De week hierna verschijnt de grote kudde aan de horizon. De Mamenchisauria die hier elk jaar komen, zijn er weer. Voor roofdieren betekent dit een festijn aan vlees. De kudde komt aan, uitgehongerd van hun lange trektocht, en begint meteen te eten en te drinken. Meer dan honderd dieren zijn nu aangekomen en zullen nog een tijdje blijven. De reden dat ze hierheen zijn getrokken is dat ze in dit bos hun eieren leggen, tientallen per moeder. De kudde bestaat daarom voor meer dan driekwart uit vrouwtjes. De mannetjes zijn er nu bij voor de bescherming van de vrouwtjes en zodat ze hun leiderschap behouden. Ook zijn er jongen bij, maar niet jonger dan vijf jaar, dat is de leeftijd dat Mamenchisauria uit het bos gaan om kudden te vergezellen. Ook dit jaar zullen er weer een paar bijkomen. Een Mamenchisaurus is al begonnen met eieren leggen. Ze heeft echter de verkeerde plek uitgekozen. Nog geen honderd meter verder liggen de drie Yanchuanosauria uit te rusten. Ze liggen in het bos omdat het veel koeler is dan op de open vlakte waar de zon erg fel is. Een van de drie merkt haar op en wekt de anderen. Nu omsingelen ze het enorme beest, dat zeker zo'n twintig meter lang is. De Mamenchisaurus heeft echter nog niets door en gaat door met eieren leggen. De Yanchuanosauria wachten tot al de eieren gelegd zijn, dan is er later immers meer voedsel. Als het laatste ei gelgd en begraven is, vallen de Yanchuanosauria alledrie tegelijk aan. Een pakt de staart vast; naast de grootte het enige wapen wat de Mamenchisaurus heeft. Een andere steekt met haar tanden door de nek heen. De laatste springt met zijn volle gewicht op de rug van de Mamenchisaurus, waardoor zijn klauwen en tanden dwars door de huid heen boren. De Mamenchisaurus valt neer, dood. Tuojiangosauria laten hun kracht zien Aan het meer leeft ook een groepje Tuojiangosauria. Maar er is een probleem; hun leidend mannetje is gedood door de troep Yanchuanosauria. De spanningen lopen hoog op als ze willen bepalen wie de nieuwe leider wordt. Naast de leider waren er twee andere mannetjes in de groep. Zij strijden nu om de baas te worden van de zes vrouwtjes. Het gevecht begint met luid geloei. Nu is het nog gewoon een show. Ze laten allebei zien hoe groot ze zijn door elkaar hun flanken en platen te laten zien. De platen kleuren nu rood van het bloed dat ze er in pompen; een waarschuwingssignaal. Eentje slaat keihard met zijn staart tegen de grond. De grond trilt ervan. De ander stampt op de grond. Nu begint het geweldadige gedeelte. De twee bullen lopen op elkaar af en gaan met de staarten naar elkaar toestaan. Ze slaan elkaar op de flanken, wat een dodelijk einde van beide betekenen. Nu slaat de ene met zo'n kracht dat de ander op de grond valt. De strijd is gewonnen, maar het mannetje is nu verzwakt door het gevecht. De ander is om het leven gekomen; de klap kwam recht in zijn longen. Strijd der titanen Een hevig onweer barst los boven het meer. De grond rond het meer wordt modderiger en iedereen wordt nat. Maar op deze middag gebeurt nog iets heel anders; een troep Yanchuanosauria is het territorium van de andere troep binnengedrongen. Dit leid tot een hevig gevecht. Beide troepen hebben drie dieren, maar de immigranten hebben een mannetje van wel elf meter. De anderen moeten het hoofd koelhouden. De regen wordt erger, en de strijd ook. De eigenaren van het territorium zijn gearriveerd. Zij moeten nu vechten voor hun rijk. Het vrouwtje doet de eerste aanval; ze rent op een van de vrouwtjes van de ander af, maar deze weet haar in de nek te bijten. Om ervoor te zorgen dat ze los laat, schopt ze haar keihard in haar maag. Ze laat los een braakt haar maaginhoud eruit. Ze is nu ernstig gewond. Het jonge mannetje van de eigenaren bijt haar in haar been. Ze heeft de kracht niet om te schoppen, dus ze breekt haar been en valt neer. 1-0 voor de eigenaren. Het enorme mannetje van de immigranten rent nu op het jonge mannetje af. Het jonge mannetje rent over de oever die onderhand heel modderig geworden is. Zijn lichte gewicht zorgt ervoor dat hij er niet doorheen zakt. Met het enorme mannetje is het een ander verhaal. Hij blijft vastzitten en kan niet meer uit de modder komen. Met ook het tweede dier nu neer probeert het laatste vrouwtje van de immigranten het op een lopen te zetten, maar de drie halen haar al snel in. Het volwassen mannetje duwt haar met volle kracht omver waarna het vrouwtje haar in de nek bijt. De eerste twee volgt een langzame dood, de laatste is al mors en morsdood. BRAND! Het onweer tijdens het gevecht creëerde een bosbrand. Het is gestopt met regenen dus verspreid het vuur zich sneller. De Dinosauriërs in het bos zijn in grote moeilijkheden. De bewolking zegt echter wel dat er nog een bui aankomt. De bomen branden snel en tussen de bomen hoor je het gekrijs van gevangen Dinosauriërs. De Agilisauria komen hijgend het bos uitrennen en lopen snel het meer in. De groep telt nog maar tien dieren, en gelukkig voor hun zaten ze dicht bij de bosrand. Als de Tuojiangosauria hetzelfde proberen te doen komen ze vast te zitten in de modder. De Sinraptor doet hier zijn voordeel mee en begint te eten. De Mamenchisauria zijn alweer weggetrokken maar hun jongen zijn nu grotendeels verbrand. Nu pas zien de Yanchuanosauria wat er gebeurt. De Sinraptor heeft de goede plek uitgekozen om te gaan eten; hij is op een lichaam van een vastzittende Tuojiangosaurus geklommen en heeft hem uitgeschakeld. Hier kunnen de grote Yanchuanosauria niet komen, en hun jong is nog te klein om van een Sinraptor te winnen. Op de achtergrond komt het vuur steeds dichterbij. De Guanlong komt een minuut later het bos uitgerend met een Protarchaeopteryx in zijn bek. Hij rent onmiddelijk het water in. Hij heeft brandwonden; de Guanlong zat waarschijnlijk erg dicht bij het vuur en wil nu maar één ding; afkoelen. Het vuur komt bijna tot de bosrand als ineens de regen invalt. De brand is in een half uur helemaal over, maar hij heeft zijn slachtoffers geëist. |