Noord Amerika - 225 tot 205 miljoen jaar geleden 

Klimaat

Het leven hier was heet en droog. Temperaturen waren vaak boven de 40 graden. Er waren negen maanden zonder regen. Toch konden Dinosauriërs hier overleven dankzij drie maanden regen.  

Vleeseters 

Chindesaurus 

Naam: Chindesaurus

Uitspraak: Sjin-dee-sau-rus

Lengte: 3 meter

Gewicht: 50 kilogram

Familie: Saurischa, Theropoda, Herrerasauria

Gevonden in: Verenigde Staten

Leefde: 215 - 205 miljoen jaar geleden. 

 Chindesaurus was gebouwd voor snelheid. Hij had lange benen en was licht gebouwd. Chindesaurus kon wel zestig kilometer per uur behalen. Hij at meestal kleinere dieren, maar at ook grote dieren als Placerias. Hij concurreerde met Coelophysis voor jachtgronden. Hij werd vermoedelijk niet erg oud, waarschijnlijk maar twaalf jaar.

Coelophysis 

Naam: Coelophysis

Uitspraak: Koe-loo-fie-sis

Lengte: Tot 3 meter

Gewicht: Tot 50 kilogram

Familie: Saurischa, Theropoda, Ceratosauria, Coelophysidae

Gevonden in: Verenigde Staten, China, Zuid Afrika

Leefde: 225 - 200 miljoen jaar geleden

Als er één Triassisch dier succesvol was, dan was het deze: Coelophysis, wat "holle staart" betekent. Omdat hij op verschillende plaatsen ter wereld gevonden werd, nemen wetenschappers aan dat deze soort over de hele wereld leefde. Overal waar hij leefde, gedijde hij goed. Hij was gebouwd om te overleven in dorre plaatsen. Meestal at Coelophysis een variatie aan kleine dieren, maar hij kon ook besluiten om op jacht te gaan naar grotere dieren zoals de plantenetende Placerias. Na het Trias had hij zich in verschillende, dodelijke vormen ontwikkeld.

Coelophysis leefde in grote groepen, van soms meer dan vijftig dieren. Af en toe liepen er kleine groepjes weg om te gaan jagen. In de kolonies zaten jongen en volwassenen. Als er weinig te eten was voor een kolonie, aten ze soms de jongen van anderen op. Er is een fossiel gevonden van een volwassen dier met een jong in de buik. Dit bewijst dat Coelophysia kannibalen waren ten tijde van voedselnood.

Andere Dieren 

Archosauria 

Lengte: 2,5 tot 6 meter

Gewicht: 50 kilogram tot 2 ton

Voedsel: Vlees, planten, insecten

 

Van boven naar beneden:

Postosuchus, Effiga, Desmatosuchus, Rutiodon

Deze groep reptielen was erg succesvol in het Trias, maar daarna verdween deze groep. Maar... ze hebben wel een hoop dieren voortgebracht waaronder Dinosauria, Pterosauria en Krokodillen. Eigenlijk kun je dus zeggen dat ze nog leven, in de vorm van krokodillen en vogels. Er was veel diversiteit in de groep.

Er waren planteneters, zoals de Desmatosuchus. Hij was bedekt met pantserplaten en stekels om hem te beschermen tegen roofdieren. Hij was zo'n vier meter lang. Er waren ook vleeseters; de krokodilachtige Rutiodon bijvoorbeeld, die zes meter werd en in het water leefde. Ook waren er Archosauria die én planten én vlees aten, zoals Effiga. Effiga leek op een dinosaurus, want hij liep ook op twee poten die recht onder het lijf stonden. Hij was niet echt een roofdier; hij had namelijk geen tanden, maar hij at wel insecten. Maar er was één Archosauriër die echt gevaarlijk was: Postosuchus. Hij was zo'n 6 meter lang en woog wel 2 ton. Hij liep op vier poten. Met een mond vol grote, dolkachtige tanden was hij koning wanneer hij leefde.

Archosauria stierven uit toen de Dinosauria opkwamen en grote roofdieren voortbrachten; ze waren dus eigenlijk de dupe van hun eigen succes. 

Hagedisachtigen 

Lengte: 30 centimeter

Gewicht: 500 gram

Voedsel: Insecten 

Hagedissen evolueerden in het Trias. Ze hebben 230 miljoen jaar lang rondgekropen. Net zoals de meeste hagedissen vandaag de dag waren ze klein; je kon ze onder je voet pletten. Hagedissen waren een lekkere snack voor een kleine roofdinosauria. 

Zoogdierachtige reptielen 

Lengte: 1 tot 3,5 meter

Gewicht: 6 kilogram tot 3 ton

Voedsel: Vlees, planten

 

Linksboven: Placerias

Rechtsonder: Cynodon 

Zoogdierachtige reptielen kwamen veel voor vóór het tijdperk van de Dinosauria, maar in het late Trias waren ze zeldzaam geworden. Hondachtige vleeseters zoals Cynodon waren een meter lang. Ze leefden waarschijnlijk in holen. Daar groeiden hun jongen op. Opmerkelijk was de manier waarop de jongen opgroeiden: ze kwamen nog wel uit het ei maar werden daarna door de moeder gezoogd. Deze dieren brachten de zoogdieren voort, maar tot het einde van het dinosauriërtijdperk waren ze nog steeds erg klein. De grote herbivoor Placerias was een heel ander verhaal. Het was een groot fors dier, een beetje als een nijlpaard, met naast de bek twee slagtanden. Die slagtanden werden meestal gebruikt om wortels op te graven, maar ze konden ook als wapens dienen. De herbivore Placerias stierf aan het einde van het Trias uit.

Video's

COELOPHYSIS - WALKING WITH DINOSAURS

Coelophysis was een geduchte jager met scherpe zintuigen. Hier stellen ze hem aan je voor. Ook zie je hier het grote zoogdierachtige reptiel Placerias.