Lichaamsbouw
Eoraptor was een klein dier. Zijn kop was zo'n 13 centimeter lang en zat vol kleine tandjes. Hij had goede zicht en reuk. Zijn armen waren lang voor een vleesetende Dinosaurus. Hij had, anders dan de meeste andere vleeseters, vijf vingers aan zijn hand. Duidelijk was dit een primietief dier. Op zijn voeten zaten vier tenen in plaats van drie, zoals de meeste vleeseters hebben. Hij had een erg lange staart, en daarmee kon hij goed zijn balans houden.
Voedsel
Wat at dit primitieve dier? Hij kon niet gaan jagen op grote dieren; hij had er de wapens en de grootte niet voor. Hij joeg dus op kleine dieren, zoals hagedissen en de eerste zoogdieren. Hij at misschien ook aas. En misschien ook wel vis. Maar het grootste deel van zijn dieet waren insecten.
Beste vrienden
Eoraptor hing veel rond in de buurt van een grote planteneter uit die tijd: de Kannemeyeria, een groot, fors, zoogdierachtig reptiel dat wel vier meter lang kon worden. Waarom? Deze reptielen hadden nogal wat last van parasieten. De Eoraptor at de parasieten van de huid van de Kannemeyeria, zodat zij er geen last van hadden en de Eoraptors een makkelijke maaltijd hadden. Ook boden de grote planteneters bescherming tegen roofdieren.