Lichaamsbouw
Scelidosaurus liep op vier poten. Zijn hoofd was klein en hij had kleine hersenen in vergelijking tot zijn lichaam. Met zijn snavelachtige bek kon hij de taaie planten van het vroege Jura eten. Zijn nek was kort. Op zijn rug zaten allemaal benige knoppen die het pantser vormden, maar op zijn buik zat daarintegen geen pantser. Dus zijn nek en buik waren zijn zwakke plekken. Zijn staart was ook bepantserd.
Planten eten
Scelidosaurus was een lage planteneter. Toch kon hij bij de naalden van coniferen komen. Hoe? Hij ging op zijn achterpoten en staart staan en zijn voorpoten hield hij tegen de boom aan om te zorgen dat hij niet omviel. Waarschijnlijk moest Scelidosaurus 3 uur eten per dag om in leven te blijven.
Vijanden
Scelidosaurus had weinig vijanden, maar één vijand was toch erg gevaarlijk. Dat was de vleeseter Liliensternus. Die vleeseters hadden genoeg kracht om een Scelidosaurus om te schoppen en de zachte buik te verwonden. Misschien zwaaide Scelidosaurus met zijn staart om dit te vermijden