De tocht der tochten

Het is zomer in Alaska, 70 miljoen jaar geleden. De grote kudden grazen langs de boomtoppen en er is volop zon. Voor iedereen is er veel voedsel, ook de roofdieren, maar hier volgen we de herbivoor Edmontosaurus.

Twaalf uur 's nachts schijnt de zon volop. De zon gaat in de zomer immers nooit onder. De Edmontosauria rusten even uit. Als gigantische hopen vlees liggen ze in de schaduw om te schuilen voor de zon. Om hun heen ligt een reusachtig bos met coniferen. Ze hebben de hele dag lopen eten van de bomen en varens. In de struiken horen ze iets ritselen. Ze worden meteen alert. Maar dan loopt uit de bossen een zoogdier voorbij, een soort spitsmuis. Als de Edmontosauria denken dat de kust veilig is, rent een Troodon de spitsmuis achterna. De Edmontosauria staan op en beginnen te loeien. In een oogwenk is de Troodon weer weg, hij had de fout gemaakt om naar een grote kudde Edmontosauria te rennen. Één kleine Troodon is te weinig om zich te kunnen verdedigen tegen de grote, zware planteneters.